spelfouten

Eerste hulp bij spelfouten #3: zo maak je ze niet meer

Spelfouten doen twee verschillende dingen met mij: ik kan me ergeren aan hardnekkige missers, terwijl het ook mijn interesse wekt. “Leuk”, denk ik dan. “Dat ga ik uitleggen.” Want hoewel het voor mij zo vanzelfsprekend is, hoeft dat voor anderen niet het geval te zijn. Deze week leg ik onder andere uit waarom ‘ik irriteer me aan’ niet goed is en behandel ik de bezits-s. Tegen welke onderstaande fouten loop jij aan?

#1 ‘Irriteren’ versus ‘ergeren’

De werkwoorden ‘irriteren’ en ‘ergeren’ liggen qua betekenis en gebruik heel erg dicht bij elkaar. In beide gevallen betekent het dat iets je boos maakt, iets stoort je. Deze werkwoorden hebben altijd een lijdend voorwerp nodig. Iets irriteert JOU. Iets ergert JE.

GOED. “Zijn spelfouten irriteren me.”
OOK GOED. “Zijn spelfouten ergeren me.”

Het verschil tussen deze twee werkwoorden is dat ‘ergeren’ ook wederkerend gebruikt kan worden. Waar het vaak misgaat, is dat mensen ervan overtuigd zijn dat dit bij ‘irriteren’ ook het geval is.

FOUT. “Ik irriteer me aan een slecht geschreven blog.”
GOED. “Ik erger me aan een slecht geschreven blog.”

Overigens is het belangrijk om te onthouden dat het werkwoord ‘irriteren’ meerdere betekenissen heeft. De ene betekenis is dat iets of iemand jou irriteert (namelijk die slordige spelfout, die eigenwijze student of die betweterige tekstschrijfster). Maar je kunt ook een geïrriteerde huid hebben, of een broertje dat jou zit te irriteren (treiteren). Vervelend? Dat is het in ieder geval altijd.

#2 Genitief-s

Het klinkt misschien heftig grammaticaal, maar je gebruikt de genitief-s vaker dan je denkt. Het wordt ook wel de bezits-s genoemd. Begint er al iets te dagen? Wanneer iets van iemand is, plak je een ‘s’ vast aan het bestaande woord. In het Engels wordt het oorspronkelijke woord van de ‘s’ gescheiden met een apostrof. Nu zie je dat dit regelmatig (onterecht) wordt overgenomen in het Nederlands:

FOUT. “Dat is iemand’s blog.”

Nope. In het Nederlands is er alleen een apostrof in het spel wanneer:
1) een genitief-s de voorafgaande klank drastisch zou veranderen;
2) het de leesbaarheid en duidelijkheid bevordert.

GOED. “Dat is iemands blog.”

Met apostrof:

GOED. “Dat is Lidewij’s blog.” (Hoeft niet, want eigenlijk is het: ‘Lidewijs’. Maar het oogt wat rustiger met die apostrof, vind je niet?)

GOED. “Dat is Linda’s blog.” (‘Lindas’ klinkt als ‘Lind-as’. Geen idee wat dat is, maar mooi klinkt het niet.)

Andersom zijn Nederlanders geneigd om in het Engels plotseling geen apostrof meer toe te voegen. En met Nederlanders bedoel ik onder andere mezelf, want die fout heb ik een keer gemaakt. Lang leve de Engelse Ziekte!

#3 ‘Wilden’ versus ‘wouden’

Oei, wat heb ik dit vaak moeten aanhoren. Maar het resultaat mag er zijn: ik doe het nooit meer fout. Als ik vroeger namelijk zei:

FOUT. “Zij wouden ook meeschrijven aan mijn Harry Potter-fanfic.” (Ja, die dingen schreef ik. Don’t judge me.)

Dan riepen mijn ouders steevast: “Wouden zijn bossen!”

GOED. “Zij wilden ook meeschrijven aan mijn Harry Potter-fanfic.”

De verleden tijd van het werkwoord ‘willen’ is echt ALTIJD ‘wilden’. In spreektaal bestaat er naast ‘wouden’ ook ‘wouen’ en zelfs ‘wouwen’ (waarom, dames en heren, waarom?!).

Vergeet alsjeblieft ‘wouden’, maar ook ‘wouen’. En ‘wouwen’ al helemaal. Gebruik gewoon ‘wilden’. Als je het niet voor jezelf doet, doe het dan op z’n minst voor mij en m’n tere taalzieltje. Deal?

Hulp nodig met teksten?

Vond je dit leerzaam, maar wil of kun je niet zoveel tijd en moeite steken in het schrijven, redigeren of vertalen van teksten? Geen probleem! Ik help je graag. Je kunt bij mij terecht voor wervelende blogs, foutloze teksten en pakkende berichten op social media. Klinkt goed? Neem dan contact met mij op.

Meer lezen over spelfouten?

Eerste hulp bij spelfouten #2
– ‘Na’ versus ‘naar’
– ‘Thuiskomen’ of ‘thuis komen’?
– ‘Die’ versus ‘dat’

Eerste hulp bij spelfouten #1
– ‘Beseffen’ versus ‘zich realiseren’
– ‘Bedoeling’ versus ‘bedoening’
– Het/de blog

Foto: ©Picseli/Unsplash

SaveSave

SaveSave

SaveSave

SaveSaveSaveSave

SaveSave

SaveSave

SaveSaveSaveSave

SaveSaveSaveSaveSaveSave

SaveSave

SaveSave

SaveSave